Archive for the ‘Torpedo Magazine’ Category

Ethiek

We komen te laat op school aan, de dochters en ik, de directeur staat al voor de deur. Voor ons doen zijn we laat, want precies op tijd. De directeur spoort de notoire laatkomers persoonlijk aan om voort te maken, in de ijdele hoop dat er een opvoedende werking van uitgaat. De dochters rennen hem voorbij de school in, ze hebben een hekel aan te laat komen – dat is deels onze opvoeding en deels hun aard. Wij zijn nooit te laat, juist daarom wil ik me verontschuldigen, zelfs al zijn we nog op tijd. Ik loop op de directeur af, ik weet dat hij oorspronkelijk uit Hengelo komt. Ik zeg: sorry, ik heb mie de vrouw zeek. Hij lacht, het plotselinge Twents op zijn Haagse schoolplein verwart hem. Ik vertel hem dat dat woord mie in dat zinnetje een grammaticale naam heeft, dativus ethicus. Hij herhaalt het, twee keer. Hij wil het opzoeken.

De volgende dag stuur ik hem een filmpje, waarin de Enschedese uitgever en schrijver Paul Abels een kort verhaaltje over Dikke Herman en de dativus ethicus voorleest. Het komt mooi uit, er zit een basisschool in het verhaal, en de directeur is die dag jarig.

Retour

In de trein zat een vrouw die ik al heel lang niet gezien had. Mijn lichaam, mijn kop, mijn vingertoppen in één klap elektrisch. Ik keek nog eens, voorzichtig, en nu zat in de trein een vrouw die erg veel leek op de vrouw die ik al heel lang niet gezien had, zo lang al niet gezien had dat ik begon te twijfelen of ze het misschien tóch was, of ik haar domweg niet meer herkende – maar ik kon moeilijk gaan zitten staren, ik keek steels opzij als ze met het gezicht half naar het raam gekeerd probeerde te slapen. Zij had er geen blijk van gegeven mij te herkennen, maar misschien wilde ze me niet meer kennen; dat was, laten we zeggen, heel goed voorstelbaar. Het was kwart over elf in de ochtend, om niet te blijven kijken sloot ook ik mijn ogen. Ter hoogte van Schiedam al was ik een paar jaar terug in de tijd gereisd en reed de trein eindeloos opnieuw over alle mogelijke sporen naar alle onbereikbare bestemmingen van toen en nu tegelijk, we lachten en dronken, de vrouw en ik, we voedden kinderen op, maakten ruzie en rookten, gaven elkaar vleugels en stortten weer neer, verloren elkaar keer op keer – tot ik niet meer wist wie ik was of had moeten zijn en een coupé vol onbekende gezichten fluisterde: dit is niet jouw trein. Het was waar, in dit leven moest ik er uit op station Den Haag HS, net als de vrouw die op de vrouw leek die ik al heel lang geleden voor het laatst had gezien. Ze was haar niet, maar dat maakte niks meer uit.

Dit verhaal verscheen ook op Torpedo Magazine.

Te laat

Ik was een half uur te laat voor de boekpresentatie en liep gehaast door Haarlem – maar de deur van de ambachtelijke drukkerij waar het evenement plaats zou vinden was dicht. Ik belde aan, de drukker deed open. Ik had de uitnodiging niet goed gelezen, het begon een uur later dan ik tot dat moment zeker wist. Ik dacht aan de woorden van de schrijver van het boek bij de nagestuurde correctie van de datum in zijn uitnodiging: ‘Alles gaat altijd mis’. Dat is waar, maar ook relatief, ik had ineens een half uur over. ‘Kun je nog even wat boodschappen doen bij de Albert Heijn,’ zei de drukker. De drukker las mijn gedachten, want ik moest inderdaad nog brood en wijn inslaan. Met brood en wijn jaag ik ‘s avonds de handelaren uit mijn tempel. Alleen met wijn, eigenlijk. Vrijdagmiddag. Met een half uur over zat er weinig anders op dan in de Haarlemse binnenstad bier te gaan drinken op een zonnig terras. Ik dronk een Palm onder de luifel van een grand café aan een groot en druk plein. In Haarlem lopen veel mooie vrouwen rond, en nog veel meer oude mannen die er uitzien als kunstenaars die het niks kan schelen hoe ze er uitzien. Die zien er allemaal hetzelfde uit. Ik dronk nog een Palm, rekende af en ging naar de Albert Heijn. Ik kocht brood en wijn en een halve liter water. Het water dronk ik meteen, in de hoop dat bij de boekpresentatie mijn adem niet naar bier zou ruiken. Dat is hoogstwaarschijnlijk mislukt.

Dit verhaal verscheen ook op Torpedo Magazine.

Zwijg

Alles stroomt. Een plein vol zwijgende mensen is mooi, ik kijk hoe de Dam langzaam volloopt. Maar alles stroomt en er is iets veranderd, ik merk het als de laatste noten van The Last Post de lucht nog ijler maken, opmaat naar de stilte. Twee minuten maar, ik merk hoe ik moeite moet doen om mijn gedachten te richten, alles stroomt en ik word gek van het gekabbel, van de ruis. Heel even zie ik de pijn in de groeven van de oude koppen met hun trotse baretten; dan wacht mijn vuilgewassen brein al weer op een of andere verstoring van het gewijde moment, in woord en gebaar of erger – ik zie de meute al rennen en struikelen, het bloed, de paniek en wie doet nou zoiets, de tv-interviews, de ontzetting eindeloos en eenvormig verwoord en hoe heeft dit kunnen gebeuren – maar er is alleen de stilte. En ik concentreer me verdomme, maar juist in de stilte dringen de bijgedachten zich aan me op als wellustige ouwe hoeren, alles stroomt en twittert en vindt er iets van – wie ik de schuld zou moeten geven, hoeveel geld het me kost en wil ik geen oorlog, dan kies ik nu alvast partij. Alles stroomt en niets is meer hetzelfde; op de eerste tonen van het volkslied drijft een heel klein meisje in haar allermooiste jurkje voorbij.

Dit verhaal verscheen ook op Torpedo Magazine.

The Lost Tapes Vol. 3

Hij wist dat de eerste storm hem rustig maakte. Maar als het langer aanhield, zoals nu, al dagen, leken zijn gedachten het gevecht met de elementen te verliezen en met de windvlagen om de huizen, door de straten en de binnentuinen te dwarrelen. Hij las ‘s ochtends het weerbericht en vergat het minuten later, deed de afwas en haalde boodschappen. Hij zette een pot koffie en ging aan zijn bureau zitten. Hij zag voor zich hoe hij de klussen afhandelde die hij had aangenomen, terwijl hij gedachtenloos alles las wat hem voor ogen kwam en zijn vingers een half af liedje speelden op de gitaar. Hij dacht aan de mensen in de huizen rond het zijne, en de levens die ze leidden, waarvan hij soms, als hij buiten stond te roken, kleine splinters zag. Maar tijdens een storm kon hij uren naar die huizen staren, terwijl niemand zich buiten waagde – dan keek hij hoe de dingen tot leven kwamen. Hoe een vuilnisbak werd omgesmeten door de wind, hoe de regen meer kleur gaf aan het fietsje van een kind. Hij keek hoe een meeuw boven hem balanceerde op een onzichtbaar koord, plots zwenkte en met een krachtige boog richting koos. Hij wist niet wat hem bezielde, alleen maar wat niet – hij keek hoe de rook die hij uitblies zich verspreidde tot niets.

Dit verhaal verscheen ook op Torpedo Magazine.

44

Ik ren door het park, onder de bomen, op de vlucht voor het verval. Tien kilometer in nog geen uur. Het is te traag, ik weet dat anderen inmiddels zo snel zijn als ik ooit was, en sneller. Maar ik ken ze niet, de andere lopers, ik loop in mijn eentje tegen de klok. Ik moet doorlopen. Ik moet doortekenen, doorpingelen, doorschrijven. Het is geen wedstrijd, maar ik wil ‘m toch winnen en ik zag toevallig hoe deze week een winnaar zijn overwinning niet had verwacht – omdat hij dat niet wilde, uit zelfbescherming. De schrijver stond er bescheiden bij, hij won de wedstrijd met een prestatie die hij leverde toen hij nog niet eens wist dat hij meedeed. Op een literair festival, de volgende dag, passeerde de beste man me op een meter afstand terwijl ik buiten mijn tijd stond te verroken, en het enige wat ik kon denken was: hoe zou hij zich voelen met vijftigduizend euro méér op de bank? Geeft dat rust? Ik merkte dat alle speelse ambitie alleen nog maar mee mocht doen aan die ene suffe wedstrijd waarvan ik de regels niet goed ken: kun je een huis van twee ton betalen, of niet. Ik kan het niet – maar de race is nog niet gelopen. Denk ik. Dus teken, pingel en schrijf ik door, ren ik door het park. Ik kijk al lopend naar de bomen, hoe het groen langzaam verroest, hoe het blad verpulvert en verwaait – hoe de takken machteloos naar de hemel graaien.

Dit verhaal verscheen eerder op Torpedo Magazine.

Stad

Het is twee uur ‘s nachts en de stad – ze wil maar niet tot rust komen, ze gromt en draait zoals bij daglicht al, schudt de vlooien van zich af met nog meer misbaar dan normaal, haar bewoners, hologig en gehaast, rijden elkaar de dood op de hielen – en terwijl je je zelf ook grimmig en verdwaasd de rook uit je ogen knippert, snijden sirenes guirlandes in de nacht, en vraag je je af of het stiller zou zijn als je zelf niet zo onrustig was, want de stemming van de stad is kneedbaar, de stemming van de stad is als was in je handen en je weet het – als je maar eens wat meer zou slapen, als je met iedere haal van een sigaret iets zou bereiken, als elke slok wijn de klootzakken voor één dag liet zwijgen – de stad zou misschien bedaren als ze zich, voor altijd zoals toen, die eerste keer, voorzichtig en stamelend aan de liefde kon wijden.

Geschreven voor en voorgedragen op Torpedo Magazine’s 2 Minuten Festival, 4 oktober 2014 in de Rode Hoed, Amsterdam. Bewegend beeld van het optreden zie je hier.

Werelderfgoed

Vakantie in Duitsland. Vader loopt van de familiecamping naar de bakker in het dorp. Bakkerij Dietz zit naast de supermarkt aan de chagrijnige rafelrand van het gehucht, maar binnen in de zaak is het gezellig druk. Ze verkopen er behalve brood ook koffie en je kunt er ontbijten aan hippe tafeltjes, krantje erbij. Die verkopen ze ook, de Trierischer Volksfreund kopt dat de zomer van 2014 voorbij is, deze maand augustus is de koudste sinds lang. Hij leest de Wettervorhersagen op pagina veertien zonder de krant te kopen; ‘s avonds wordt het pas regnerisch. Hij gaat bij de bakker niet zitten ontbijten, hij heeft ‘s ochtends genoeg aan een gestolen weerbericht, de geur van bronzen broden en het kleine geluk te worden geholpen door het bakkersmeisje met de bibliothecaressenbril.

Ze is geen klassieke schoonheid, maar het heerlijke woord hübsch moet voor haar zijn bedacht. Ze lacht vrolijk en verlegen als ze een bestelling opneemt, haar ogen schieten heen en weer achter haar zwarte montuur, het hooggesloten, hagelwitte hemd, het wijnrode schort strak om haar volle borsten. Hij ziet haar staan in een gouden graanveld, krachtige schouders tegen een blauwe lucht, uit het dal komen zachtjes slierten klokgebeier aangewaaid. ‘Was kann ich für Sie tun?’ Haar paardenstaart danst, er verschijnt een blos op haar wangen: hij maakt zichzelf niks wijs, het is warm in de bakkerszaak, hij merkt het zelf nu ook, erg warm. Hij koopt haar mooiste brood, im ganzen, op vakantie zaagt hij graag zelf. Dikke sneden, het brood verdient dat. De Duitsers hebben naar eigen zeggen de rijkste broodcultuur ter wereld, het Duitse bakkersgilde wil hun brood zelfs op de Werelderfgoedlijst, wist hij. Hij vindt het een goed idee – als zijn mooie, verlegen bakkersmeisje er ook bij op mag.

Als hij terugloopt naar de camping, begint het zachtjes te regenen. Het brood wordt nat. Hij draagt geen jas en heeft geen tas, het water doorweekt de papieren zak. En de vader denkt: ‘dat is de straf.’

Dit verhaal verscheen eerder op Torpedo Magazine.

 

Hellehond

Het noodweer bleef uit, het was een onweer als een pruilende puber – maar toen de zware hemel toch vervaarlijk begon te grommen, zag ik hem ineens weer voor me, zoals ik hem dertig jaar geleden zag.

De hellehond.

Hij waarde in vroeger tijden rond in de velden en bossen bij De Lutte, aankondiger van de dood; niemand had hem ooit gezien, maar voor alle zekerheid waagden de boeren zich na het invallen van de duisternis niet meer buiten. …

Lees verder op Torpedo Magazine

Bloesem

Het schoolplein bloesemt van de kinderstemmen, ze warrelen tussen de bloeiende kastanjebomen, een verlegen lentezon fluistert voorzichtig wat kleur op de wangen van jonge moeders. Mijn oudste dochter is een eindje verderop het middelpunt van een kluwen spichtige meisjes; de jongste dochter observeert, terwijl ze zichzelf afwezig door een klimrek vlecht, met een volwassen blik het gewoel. ‘Hier rent de toekomst rond. Zeggen ze. Ik zie alleen een hijgend hier en nu.’ Ik hoef me niet om te draaien om te weten wie het zegt – een stem uit duizenden. …

Lees verder op Torpedo Magazine