Archive for the ‘rant ‘n rave’ Category

Kiezer

wij laten ons toch zeker
door niemand vertellen
hoe het ook al weer zit?

het zit tóch voor geen meter
dat keurslijf, dat stramien
die Mercedes van drie ton

tót iemand in dit onderbuikse
ons onbehagen verwoordt
zoals een horoscoop
de week zo goed voorspelt

wie het weet mag het zeggen
menig sofist ziet zijn kansel schoon
pak van ons hart op maat genaaid
de nieuwe kleren van de kiezer

Vloek

Je gaat belazerd worden – als niet nu, dan toch later; ik lees wat staat geschreven in de kantlijn van zijn blik. Ik ontwijk het berekenende oog en kijk naar de storm van koortsachtig neergekrabbelde en net zo driftig weer doorgekraste dromen, het kruipt uit de kelders van zijn bange ziel naar buiten – maar hij wil het niet zien zolang jij het niet ziet. En jij kijkt niet, want je denkt dat je alles al hebt gezien. Misschien is dat ook zo.

Tot je op een dag met bloedende knieën over het asfalt kruipt, zijn vuil onder je nagels en in je schoot. Vervloek jezelf, als je ochtendmisselijk boven de pot hangt en denkt aan het moment dat hij met een verwrongen kop in je klaarkwam – wat liefde leek was natuur. Onthoud de dagen dat je blind was voor de angst, of vergeet ze. Maar zeg niet dat je nooit gewaarschuwd bent. Je gaat belazerd worden. Als niet nu, dan toch later.

Ik wil niet sterven in een speelparadijs

Ik wil niet sterven in een speelparadijs
waar het nog makkelijk is om een held te zijn
op sokken – letterlijk – een zak
vol plastic munten voor ranja en roze koeken

Ik wil niet sterven onder de wielen van
een discopaars racewagentje à
twee kilometer per uur voor één euro
of door een eenvoudig gebrek aan frisse lucht

Smorituri te salutant en
de kinderen willen hier niet levend vandaan
going down in a blaze of glijbaan glorie maar
ik wil niet sterven in een speelparadijs

Lazarus

Ik heb nergens meer woorden voor. Ik adem de dingen en de dagen in en weer uit; duizenden dageraden heb ik zichzelf zien schilderen in trage schakeringen – nooit heb ik ze vastgelegd. Miljoenen mensen moet ik hebben bekeken in het voorbijgaan – nooit zal ik ze beschrijven. Ik zie nut en noodzaak niet. Wie wil zien wat ik zie, zal samen met mij moeten kijken en drinken. Elke dag drinken en praten en kijken tot de zinnen losse woorden, de woorden losse letters worden en tenslotte de letters los zand. Kun je dat, lief? Wil je zien wat ik zie?

Ik zie elke dag de doden en gewonden met vertrokken koppen en halfopen monden in de bus stappen en uren later aan de overkant van de straat er weer uit. Als het even niet regent, krioelen ze door de glimmende straten, lopen ze in en uit supermarkten; soms lopen ze met honden onder een grijze hemel, soms lopen en lachen ze samen en dan zie ik hoe een schittering in de ogen bij sommigen zelfs de schijn van leven wekt.

Maar ze hebben altijd voor alles nog letters, woorden, zinnen. Uit al dat losse zand bouwen ze ongemerkt de dagen en de dingen, de jaren, de liefde zelfs – de verhalen waar ik niet meer in wonen kan. Zandkastelen op de vloedlijn, ik spoel ze weg in een roes van jaloezie, en elke keer als de razende, rode zee zich terugtrekt uit m’n kop blijkt de bodem verder vanonder mijn poten gegleden. Als ik je niet vasthoud, zal ik als een zandstorm in de golven verdwijnen. Ik adem je uit alle macht in, adem mij nog één keer uit. Noem mij Lazarus. Bied mij een glas aan en ik vertel je dat het goed met me gaat, beter dan ooit tevoren.

Klootzak

Je piste in de huizen waar je het liefste wilde wonen. Je dwaalde door onze slaapkamers, lag in onze bedden, trok alle kasten en laden open, je hebt gezien en gehoord wat niet voor jouw ogen en oren bestemd was. Wat dacht je nou? Dat je naar believen doof en blind kon zijn, dat je je hart naar keuze aan of uit kon zetten? Dacht je weer eens dat je beter, groter moest zijn dan jezelf? Je hoefde je voor ons niet klein te maken, klootzak! Dat ben je al, net als wij – alleen, jij piste in de huizen waar je het liefste wilde wonen.

Ik heb gedanst

Ik heb gedanst of m’n leven er van afhing en misschien was dat dan ook zo – ik stampte over de koppen van mannen met domme, geile grijnzen, kronkelde me om de haren van meisjes, mooi en lelijk – maar het hielp niet. Ik danste als een derwisj tot ik bijna uit mezelf opsteeg, maar de smerige planken vloeren trokken me aan m’n ziel weer naar beneden en dat doet pijn, dat doet pijn. Ik heb gedanst of m’n leven er van afhing en dat was ook zo: ik was aan het watertrappen en niemand die het zag. Maar ik heb sterke poten, ik heb echt verschrikkelijk sterke poten. Dat scheelt, dat geeft lucht. Zelfs als je al lang verzopen bent.

CCTV

Zie je dan niet dat ik ijsbloemen adem, ’s ochtends als ik wakker word? Hoe het koudvuur vreet, hoe de blinde woede voor m’n ogen sneeuwt als ik de lakens van me aftrap? Hoe ik dagenlang door het labyrint van mijn nachtelijke gedachtengangen dwaal, naakt en rillend, op zoek naar m’n godvergeten minotaurus? Zie je hoe de honger die in de hersens knaagt het hart overvoert, hoor je verdomme hoe ik Gilles de la fucking Tourette?

Ik denk dat je me al lang geleden hebt uitgezet.

Zuid

Het stormt in mijn kop en ver daarbuiten, regen, regen verbrijzelt mijn vooruitzicht, achteruitkijkspiegels zwart, ik raas plankgas en blind door de nacht – maar de snelweg ’s nachts is breed en bijna leeg. Het bliksemt flarden landschap, slordig, en daartussen stroomt alleen oerdrift in de duistere diepte van zeiknat asfalt, ruitenwissers zwiepen de seconden weg, honderdveertig op de klok in een symfonie van spatwater en dromen, tumultueus en tomeloos en god weet hoeveel demonen – liefde, lust, leven – ik rijd naar het zuiden, voor altijd naar het zuiden. Als ik bij je aanbel, blijf ik bij je wonen.

The Second Coming

I

Als Hij terugkeert op aarde
Doet Hij dat niet per vliegtuig
Dat ligt de laatste tijd
Nogal gevoelig bij Zijn fans

Een mooi gebaar zou zijn
Als Zijn afscheidstournee
Begint in het beloofde land
Maar dat blijkt bij nader inzien
- Ik noem maar wat – India
Of Pakistan te zijn

Het wachten was toch al
Op goddelijke legitimatie
Voor een nucleaire aanval
En tot stof zult gij wederkeren
Geen probleem of het kan opgelost
Met 50 kiloton schoon aan de haak

En wat als Hij
een Zij blijkt?

 

II

Vandaag is Hij teruggekeerd op aarde
Hij landde met een vliegende schotel
Op een braakliggend beleidsterrein
Midden in een achterstandswijk

Tot grote woede van de Amerikanen
Die speciaal voor die Gelegenheid
Rockefeller Plaza hebben gebouwd
In het Geroofde Land

Onder grote belangstelling van de media
Werd het Goddelijk Vaartuig doorzocht
Maar de Heilige Schrift werd niet
Als massavernietigingswapen herkend

 

III

Tot teleurstelling van Zijn fans
Bleek Hij met Zijn tijd meegegaan
Met een goed gekozen soundbite
Verraste Hij kerk en wetenschap

In een kruisverhoor van uren
Waarin iedereen na eeuwen
Eindelijk zijn gelijk dacht te halen
Kwam de Waarheid aan het licht:

‘De aarde is rond. De wereld is plat.’

Zie bodem

Valt je hart nog te winnen met mijn loden luchtkastelen
Help je me bouwen tegen beter weten in
Valt er nog iets te winnen of heb je jezelf al vergeven
aan de prins van je meest pragmatische dromen

Is de lust al verdrongen door verlangen?
Is de drankzucht al vervangen door de dorst?
Kijkt je blik op oneindig nu de dood in de ogen,
is het vuur al verdronken in je borst?

Valt er nog iets te winnen bij geen tijd te verliezen
Aan onbezonnen dromen van onbegonnen werk
Het lot van alles en iedereen valt overal te lezen
Tenminste houdbaar tot einde