Archive for the ‘memoires’ Category

We maakten een wandeling

We maakten een wandeling, gewoon een eindje het dorp uit, even tussen de kale velden en zilveren bomen door, zilver in het lage zonlicht, niet goud – over het gebarsten asfalt van smalle weggetjes, de sloten nog vol winterwater, het gras dat zich probeert op te richten – in de houtwallen de vers gesnoeide takken van wilgen, de immense kracht die je voelt van de natuur die iets wil, iets móet: leven, onvoorwaardelijk.

We maakten een wandeling, gewoon een klein eindje terug ons leven in, nog niet te ver – mijn moeder, mijn zus en mijn zwager, mijn dame en ik – we genoten van de zon en van de kinderen, die voor ons uit stuiterden en zonder dat ze het wisten voordeden hoe dat moet: leven, onvoorwaardelijk. We liepen en snoven de lentelucht op en lachten soms en veegden dan weer de tranen van onze wangen en sloegen onze jassen open en onze man, vader en opa lachte en huilde mee, snoof de lentelucht op, spreidde zijn machtige armen in de blauwe hemel, de blinkende velden, de zilveren bossen en liet ons, net als nog maar pas geleden en altijd, zien hoe mooi het leven is.

Er zijn

Er zijn, heel af en toe, uren die zich onttrekken aan de tijd. Een houten picknicktafel in de onzekere schaduw van een jonge boom, onze blote armen op het vers geschaafde hout, de zon sprenkelt inmiddels zilver in onze haren. Koffie uit papieren bekers op een rood plastic dienblad, een gesprek. We hebben wat in te halen, reizen soms een eind terug in de tijd – al is het verleden na zo veel jaren bijna even onzeker als de nabije toekomst. Wat kun je meer dan je vastklampen aan deze paar uren, op deze plek, in deze stad? Wat kun je meer dan proberen daarvan de beelden te bewaren, heel terloops – een kleine, trage toevoeging aan die toekomstige zwijgende film? En dan later te kunnen zeggen: kijk, we waren er – zó rijk waren we.

‘Val uw vrouw niet lastig’

Uit de memoires van Henri Marteau Brise-Vitre (1872 – 1914)

Val uw vrouw niet lastig als u aandrift voelt; laat haar in rust, wanneer uw vleselijke begeerte als een gier boven het echtelijk leven cirkelt, stoor haar niet in haar bezigheden, als u dankbaarheid kent voor haar liefde en toewijding aan uw gezin. Neen, verdrijf de onzalige duisternis des gevleugelden rovers’ slagschaduw op zodanige wijze, dat de hemel van haar huwelijk ongeschonden blijft, en wolkenloos: beter is het aan uw lage behoeften tegemoet te komen langs wegen – ongezien en ongedacht door vrome mensen – die leiden naar de hoogste vervoering via afbeeldingen van het feminiene fysiek in haar ‘natuurlijke’ staat. Betaal desnoods voor het lenigen van de lichamelijke nood, als u meent dat uw gezondheid er van afhangt, maar in Godsnaam – val uw vrouw niet lastig.