Curve

Wacht, laat ik het anders zeggen. Het is een schitterende curve, die neergaande lijn – soms wil je hem niet onderbreken, gewoon, om te zien waar hij eindigt. Stopt het bij nul, of glijdt hij langzaam verder in de min? Misschien stel je uit net zo veel noodzaak als nieuwsgierigheid het nulpunt oneindig bij, zodat je de bodem nooit hoeft te zien?
Ja maar, dit is geen dag voor dat soort gedachten, zeggen de geleerden – kijk! het is zondag, de zomer is begonnen, de auto is gewassen, tuinstoel in de schaduw, een koel glas witte wijn! Hoera, godverdomme!
Ze hebben gelijk, de geleerden. Zo slecht gaat het al met al niet, je neemt nog een toastje met zalm en spoelt het weg, je zakt nog wat zwaarder in je stoel. Je bent wel eens rijker geweest, maar nog nooit was je zo wakker; nog nooit wist je zo goed wat je deed – dat je maar wat doet, net als iedereen. Nee, zo slecht gaat het niet met je, de bodem is nog lang niet in zicht.
Maar wacht – voordat je denkt dat het over mij gaat: wie zegt dat? De geleerden? Ze weten niks! Niks weten ze, en ik maak ze niet wijzer. Ik heb geen nulpunt, ik bén het, ik kijk die schitterende curve van je na, de afgrond in. Met mij gaat het goed. Ik heb mijn eigen klauw klem om mijn strot en laat niet meer los.

Posted July 13th, 2017 in prozaïek, rant 'n rave.