Harz

Aan weerszijden van de smalle weg het naaldwoud; de kruinen borstelig en zwart tegen de blauwe lucht, daaronder, tussen de stammen, een eeuwige, sprookjesachtige schemering.

Ze stonden een dag of drie op de camping, toen de wind opstak. De voortent van de caravan begon vervaarlijk te klapperen, waarop hij maar eens wat haringen de grond in sloeg, met de achterkant van een roestige bijl. Toen hij klaar was sloeg hij de bijl in een houtblok, om te kijken of hij nog scherp was. Dat was zo.

‘s Avonds laat stond hij voor de voortent te roken en keek hij naar de hemel tot zijn nek verkrampte; het was in de Harz zo donker dat je de melkweg kon zien. Hij probeerde weer de verwondering te voelen die hij als kind had gehad, maar zijn gedachten dwaalden af naar de dingen van de dag. Uit de nacht galmde de schorre schreeuw van een dier – het geluid van sex, of dood.

‘s Ochtends haalde hij broodjes bij de campingwinkel. De geur van acht Einfache in een papieren zak vervulde hem met volmaakt geluk. Hij zette de ontbijtspullen vast klaar op het klaptafeltje, stak een sigaret op en wachtte tot zijn gezin wakker werd.

Posted July 4th, 2014 in from the observation deck.