Jarig

Na zo veel warme dagen was het onweer meer dan welkom – ze stond op blote voeten buiten, de regen werd met elke flits, elke krakende mokerslag, elke donkere grom harder neergesmeten op het dakterras, het stroomde over haar gezicht, haar kleren – en midden in het natuurgeweld voelde ze zich nietig en almachtig tegelijk, alsof ze als een kind het onweer bestuurde. Ze was doorweekt en het waaide, maar ze had het niet koud; ze rilde alleen even toen ze onwillekeurig dacht: raak me dan – raak me dan klootzak, terwijl een bliksemstraal langs de wolken kronkelde en alles om haar heen voor een seconde in koud blauw licht vereeuwigde, en ze dacht gauw: je doet het goed, dat zal ze leren. Het onweer gromde nog een paar keer tevreden terwijl het wegtrok naar het noorden; ze keek het lang na. De wolken lichtten op in de verte, en voor ze het wist zwaaide ze ernaar, maar die beweging boog ze gauw om naar haar natte haar, ook al kon niemand haar zien. Toen het onweer bijna was verdwenen, sloeg de kerkklok twaalf uur. Ze was jarig.

Posted August 6th, 2013 in kort verhaal, prozaïek.